Commentaren

Geen reacties
Wees de eerste om te reageren
WIE WAREN DE STAKERS?

Staker: I. Steur

Geschreven op 12-03-2018


 

I. Steur (1923 - 2007), deelnemer aan de Februaristaking

Beroep: Kantoorbediende bij Werkspoor

Bron: aangeleverd n.a.v. de oproep 2018. Foto uit privécollectie.

I. Steur hield tijdens de oorlogsjaren een dagboek bij. Hieronder een deel van haar verhaal:

Dinsdag, 25 Februari 1941

'Er is een algemene staking onder het personeel van grote bedrijven. Zoals gas, elektra, tram en spoorweg, scheepsbouw, Fokker, Werkspoor en andere. Om half elf wordt Werkspoor gesloten. ’s Middags ga ik de Indische buurt eens in. Het is overal verschrikkelijk druk. In de Javastraat woont een kastelein die NSB’er is, en daar hebben jongens eerst de ruiten ingegooid en toen klinkers naar binnen gekeild. In de Wagenaarstraat is ook een NSB’er. Hij heeft een foto van oom Adolf voor zijn raam hangen. Daar hebben ze ook de ruiten ingegooid en ze hebben dat prachtportret verscheurd. En overal is het vechten en verzamelen de mensen zich. Op het Dapperplein is een aardappelboer en die wilde niet sluiten. Een stel vrouwen is voor de winkel gaan staan, en ze bleven daar tot hij zijn winkel op slot deed en naar huis ging. Er stonden nog veel mensen, toen er plots een man van de Grüne Polizei op een motor aan kwam rijden. Het hele stelletje ging op de loop, op enkele jongens na. De helden. Om ongeveer zes uur wordt er overal afgekondigd dat we na half acht niet meer op straat mogen. Erg gezellig hoor.'

Woensdag, 26 Februari 1941

'Om half negen ben ik op de fabriek. Er hangt een vreemde sfeer. Kantoor- en werklieden staan druk te praten en het is duidelijk dat ze het niet met elkaar eens zijn. Er heerst grote verdeeldheid. Er was immers sprake van een vierentwintig-uurs-proteststaking en nu moeten we om half negen gewoon weer beginnen. De een zegt: ‘Kom, ik ga naar huis', waarop de ander reageert met: 'Jongens, laten we de fabriek ingaan'. Zo gaat het overal. We weten niet wat we moeten doen en dat komt voornamelijk omdat er geen organisatie is. Een derde van de mensen gaat naar huis. Een derde blijft op de fabriek. En een derde staat voor de poort. Om half tien vergadert de fabrieksraad met de directie en dan wordt er toch besloten om verder te staken tot de volgende dag 27 Februari half negen. Een besluit dat met groot enthousiasme wordt begroet. Om tien uur ben ik thuis. Het is twaalf uur als ik een geweldig kabaal hoor. Ik vlieg naar buiten, de hoek om naar de Molukkenstraat. Daar tref ik een geweldige volksoploop. Wat hier aan de hand is? Een stel jongens en mannen is een tram aan het oplichten. Gauw ga ik er tussen staan en help mee met alle kracht die in me is. Ik duw mezelf bijna uit het lid. Dan, ja hoor, heel langzaam gaat de tram omhoog en plof, daar ligt ie, met conducteur en al, in nauw contact met Moeder Aarde. Er gaat een hoeraatje op, gevolgd door de kreet: 'de Grüne Polizei'! En weg is iedereen. Ik verstop me in het portiek van een winkel, en heb goed zicht op wat er verder gebeurt. Er komt een auto aanstormen met twaalf van die gasten van de Grüne Polizei erin. Met het geweer in de aanslag springen ze uit de wagen, rennen de Insulindeweg op en schieten op denkbeeldige daders. De sufferds, ze kunnen toch niets raken. Alle straten in de omgeving worden afgezet. Zo hopen ze iets of iemand te vinden. Maar lauw hoor, niets. Om één uur is de tram opgetakeld en ga ik naar huis. Om drie uur doe ik een boodschap in de Dapperstraat. Daar zie ik een politievoertuig met twaalf dienders. Ze stoppen om de hoek van de Commelinstraat en ze houden een man aan. Meteen wordt de wagen omringd door bewoners en omstanders. De moffen maken zich kwaad en een van hen zwaait uitdagend met zijn geweer. Niemand is onder de indruk. Tot de man iets uit zijn zak haalt, een sigarettendoosje of zo. Hij pakt een aansteker, houdt het vlammetje bij het doosje en werpt het tussen ons in. We stuiven alle kanten op en binnen een seconde is de hele straat leeg. Net op tijd, want daar gééft me dat ding toch een daverende knal. Het is een handgranaat! Met een grijns op zijn gezicht gaat die rotmof midden op de weg staan. Hij steekt zijn hand op - zo sarcastisch mogelijk - net of hij zeggen wil: 'Heb ik jullie niet even lekker laten lopen?!' Dan stapt hij weer in de auto en rijdt weg, samen met zijn maten en de man die is opgepakt.'

Uit: Als het weer eens vrede was - Dagboek Ina Steur 1940-1945 Ina Steur en Anneke Dijkman 
Gooibergpers Bussum ISBN 978.90.72184.78.8 - 2015 / tweede druk 2017

Spaanse vertaling door Eddy Lodowica: Ojalá volviera La Paz ya - diaro de Ina Steur Ina Steur y Anneke Dijkman
Gooibergpers Bussum ISBN 978.90.72184.79.5 - 2016 

Voor meer informatie over het dagboek kunt u contact opnemen met Anneke Dijkman (a.r.m.dijkman@gmail.com)